De Deur uitgeschopt: dit gaat er fout bij deze grote kerk
Is het een sekte of niet?

Nietsvermoedend kwam ik de kerk binnen. Ik was nog nooit binnen geweest bij een Evangelische kerk, maar ik stond open voor nieuwe ervaringen. Ik was op zoek naar gelijkgestemden, want ik wilde groeien in mijn geloof en groeien als persoon. In je eentje Christen zijn is immers niet zo gemakkelijk. Zo werd de eerste kerk waar ik mij aan heb verbonden Evangelie Gemeente De Deur. Dit kerkgenootschap kampt met een forse hoeveelheid controverse, en niet om zomaar een reden. Velen bestempelen De Deur als dictatoriaal, of zelfs als een regelrechte sekte.
Mijn tijd hier verliep ook niet bepaald vlekkeloos. Na verloop van tijd begon ik er de indruk te krijgen dat het helemaal niet zo’n gezonde plek was. Het was moeilijk te herkennen, maar De Deur voorkwam dat leden konden groeien in wie ze zijn. De kritiek die ik had werd voortdurend genegeerd. Om een genuanceerd beeld te krijgen van deze plek en om er voor God te leven heb ik ervoor gekozen om zo lang mogelijk een goed persoon te zijn binnen deze gemeenschap.
Maar begin december was de kogel door de kerk; sindsdien ben ik officieel weg bij Evangelie Gemeente De Deur. Ik ben namelijk de kerk uitgezet op grond van onterechte redenen. Gegroeid ben ik zelf in ieder geval; inmiddels kan ik wel concluderen dat ik de kerk óntgroeid ben. Zoals je een grote boom niet moet planten in een kas met een laag plafond moet je mensen niet onder een glazen plafond zetten. Dan blijven ze klein, of ze groeien door het dak.
Inhoudsopgave
Grote kerkgemeenschap, maar veel kritiek
Effectief evangeliseren: vreemd concept bij De Deur
Christelijke ideeën en monstertrucks
Suikerlaag of Gods wil?
Hiërarchie en bescherming: noodzaak of juist niet?
Kritiek belandt in de doofpot
‘Bescherming-as-a-Service’
Doorgeslagen postmodernisme bij De Deur
Moderne Farizeeërs
Is De Deur wel of geen sekte?
Grote kerkgemeenschap, maar veel kritiek
Evangelie Gemeente De Deur heeft in Nederland anno begin 2026 maar liefst 60 kerken, volgens de website. Het staat onder bewind van The Potter’s House, een kerk in het Amerikaanse Prescott, Arizona. Nederland is niet het enige land waar The Potter’s House dochterkerken heeft opgericht. Wereldwijd bestaan er volgens de website op het moment van schrijven namelijk meer dan 4.400 vestigingen van dit kerkgenootschap onder de naam Christian Fellowship Ministries (CFM). Daarnaast mag benadrukt worden dat er ieder jaar nieuwe CFM-kerken worden gesticht – een belangrijke doelstelling van de organisatie.
Het moet benadrukt worden dat niet iedere kerk van De Deur even groot is. Sommige kerken bestaan inmiddels al decennia, anderen bestaan nog maar net. De Deur geeft helaas geen informatie over hoeveel officiële leden de fellowship heeft. Zelf ging ik naar de vestiging in Ede, die wordt geleid door pastor Pieter van Eijsden en zijn vrouw. Het is een vrij kleine kerk, met op zondagochtend hooguit rond de 100 mensen. Het zit in een voormalig schoolgebouwtje aan de Landbouwlaan, verscholen midden in een woonwijk. De Deur vindt vaak creatieve locaties voor haar kerken. Ook noemenswaardig is dat het dak van de kerk in Ede vol ligt met zonnepanelen.
De Deur is geen kerk die het houdt bij een dienst op de zondagochtend en misschien om de week een Bijbelstudie. Als je fanatiek ingesteld bent bij De Deur, dan ben je meerdere dagen per week bij de kerk te vinden. Zo kom je al snel terecht bij andere vestigingen van De Deur. Op zaterdag gaat namelijk regelmatig een groepje toegewijde kerkleden naar een andere vestiging elders in het land. ‘s Middags wordt dan geëvangeliseerd, waarna in de avond gezamenlijk wordt gegeten. Afsluitend is er meestal concert met Christelijke muziek wordt gehouden in het kerkgebouw. Soms is er een andere activiteit, zo wordt er op zaterdagavond regelmatig een Christelijke film gekeken. Ook is er vaak nog een tweede evangelisatiegelegenheid vanuit de kerk. In Ede is dat op vrijdagavond.
Daarnaast zijn er avonden voor zogeheten discipelen bij de hoofdvestiging in Zwolle. Tweemaal per jaar wordt eveneens in Zwolle een grootschalige conferentie georganiseerd voor ieder lid en niet-lid dat wil komen. Dit evenement duurt vijf dagen en in de avond is er vaak een paar duizend man aanwezig. Speciale genezingsdiensten worden ook elk jaar ingelast, waarvoor eveneens een grote tent wordt ingezet in een stad naar keuze. Deze trekken vaak veel aandacht en uit eigen ervaring claimen mensen regelmatig dat hier gezondheidsklachten worden genezen. Ook vindt er in de kerk regelmatig een bidstond plaats, zowel alvorens iedere dienst als bij sommige kerken in de ochtend doordeweeks. De drukte van de planning van de kerk hangt erg af van de kerk. Hoe dan ook prijst iedere De Deur-kerk zich in de regel voor hoe actief ze God dient.
De fellowship staat wereldwijd onder vuur van ex-leden wegens de strenge regels, zo ook in Nederland. Vorig jaar is de stichting De Deur Uit opgericht door de Nederlander Joel Crosby. Hij zegt bij De Deur dusdanig psychisch te zijn misbruikt dat hij met PTSS-klachten kampte. Na zijn vertrek heeft hij een boek geschreven over zijn verleden en een vangnet opgezet om mensen te kunnen helpen die hetzelfde hebben meegemaakt als hij. Het oprichten van de stichting kwam vorig jaar groot in het nieuws, net als de aanverwante besloten Facebook-groep, die op het moment van schrijven bijna 700 leden heeft.
Uit mijn eigen kleinschalige onderzoek blijkt dat van een aanzienlijk deel van alle leden van deze Facebook-groep vindt dat zijn of haar geloof is aangetast door De Deur. Alhoewel de steekproef slechts 25 mensen bereikte, kampt maar liefst 48% nog steeds met negatieve gevolgen. 28% had last van schade, maar is hier inmiddels al van hersteld. Slechts 24% verklaarde ongedeerd te zijn gebleven. Problemen bij De Deur gaan al een tijd terug. Zo is in 2020 de pastor van de moederkerk in Zwolle, Evert Valk,
opgestaptna claims van emotionele mishandeling.
Effectief evangeliseren: vreemd concept bij De Deur
Christelijke ideeën en monstertrucks
Evangeliseren is overduidelijk één van de belangrijkste activiteiten van deze kerkgemeente – de kerkstroming draagt immers dit woord in haar naam. Het houdt in dat je aan andere mensen verkondigt waarom het Christendom zo belangrijk is. Dit kan natuurlijk overal, maar De Deur doet dit op georganiseerde wijze op straat. Niet ieder mens is even blij met evangeliserende Christenen. Sommigen beschouwen hen als opdringerig en betweterig. Maar de Bijbel spreekt in Mattheüs 28:19-20 over het belang van evangelisatie. En zoals een koe een dier is en niet ieder dier een koe is, is evangelisatie niet altijd vervelend, laat staan schadelijk. Het woord evangelisatie komt van het Oud-Griekse woord euangelion, wat ‘goed nieuws’ betekent. Goed nieuws verkondigen hoort geen negatieve invloed te hebben. Het hoort er in deze context voor te zorgen dat mensen die niet gelovig zijn gaan geloven in iets wat bijzonder veel kan bijdragen in hun leven. Zo kan het geloof bekend worden bij mensen die er normaliter helemaal niet mee in aanraking komen.
Maar op de juiste manier evangeliseren is een moeilijke bezigheid. Wat de ene persoon kan helpen, kan de ander juist afstoten. Helaas evangeliseert De Deur alsof het op de openbare weg rijdt met een monstertruck. Het gebeurt vaak erg lomp en op ongepaste wijze voor de mensen met wie kerkleden gesprekken voeren.
Zo viel het me vanaf de eerste keer dat ik meeging met evangeliseren op dat evangelisten vragen stellen aan wildvreemde mensen die zó diep-Bijbels zijn dat zelfs veel Christenen niet goed zullen begrijpen waar het over gaat. Ze beginnen bijvoorbeeld met de vraag ‘Kent u Jezus al?’, niet wetende dat veel atheïsten en mensen met een ander geloof niet het besef hebben dat ze letterlijk God kunnen ervaren in hun leven. Het klinkt op het eerste gezicht idioot. ‘Want Jezus is al lang dood, en in de al dan niet bestaande Hemel is hij ook al,’ heb ik mensen wel eens horen zeggen. Dus hoe kun je nu een goed antwoord geven op die vraag? Om advocaat voor de Duivel te spelen; wij kennen de kerstman van het zo vrolijke kerstfeest, maar wat deze man voor positieve bijdrage levert aan ons leven is discutabel. Voor veel seculaire mensen geldt zoiets voor Jezus ook. Met een openingszin als ‘Kent u Jezus al?’ kom je voor veel ongelovigen over als een psychoot, en in het ergste geval als een religieuze fanaticus die de weg kwijt is en omzeild moet worden. Zeker mensen die een negatief beeld van de kerk hebben en geen goed beeld hebben van wat dit inhoudt zal dit afschrikken. Helaas heb ik genoeg mensen met dergelijke kerktrauma’s gesproken om te concluderen dat dit een serieus probleem is. In de ergste gevallen zal dit ervoor kunnen zorgen dat deze mensen nooit meer bij een kerk terechtkomen, en zelfs in de Hel kunnen belanden, doordat ze jaren aan positieve ontwikkelingen bij een kerkgemeenschap mis kunnen lopen.
Ook beginnen ze met als eerste opmerking over vergeven worden door middel van het bloed van Jezus, het kruis, een relatie hebben met Jezus of impliciet of expliciet over de zonden van degenen die ze aanspreken. Ik kaartte aan dat dit domweg ineffectief is, afgaande op alle afdwalende ogen en ongeïnteresseerde reacties die ik kreeg toen ik naast deze evangelisten mensen observeerde. Ik daarentegen had prachtige gesprekken met mensen die problemen hadden met het Christendom, juist omdat ik voorzichtig deed. Alhoewel deze mensen erg moeilijk te overtuigen waren denk ik dat ik best een positieve indruk achter gelaten heb, en dat is het belangrijkste.
Het is veel beter om te beginnen met een neutralere vraag, zoals of ze wel eens iets met geloof hebben gedaan. Als ze direct nee zeggen en snel doorlopen kun je vaak niet veel doen, maar soms kun je zonder problemen vertellen dat je echt hebt ervaren dat God bestaat en zelfs praktische, grote problemen voor je op kan lossen. De meeste mensen moeten eerst weten wat voor nut het heeft om Christen te worden, anders begrijpen ze niet waarom ze tijd zouden moeten besteden aan een gesprek. Mensen hebben immers wel meer te doen en ze zijn vaak al helemaal niet bereid om hun eigen problemen onder ogen te komen.
Zelfs als ongelovigen een moeilijk leven hebben, zoeken ze liever een manier buiten het Christendom om. Dit is iets wat ik zelf jaren heb ervaren. Ik had grote argwaan naar het Christendom toe, omdat ik het beschouwde als een archaïsche, doctrinaire ideologie die weinig toevoeging zou bieden aan mijn dagelijks leven. Zo lijken de meeste atheïsten te denken. Toen ik in mijn niet-Christelijke verleden aangesproken werd door dergelijke ‘lompe evangelisten’, had dat eerder een afstotende werking dan dat het me dichter naar God en het Christendom toe trok. Wél positief was een subtiele aanpak van mensen die mij konden uitleggen dat God écht het beste met mij voorheeft en soms op een actieve manier mensen kan helpen in het leven.
Suikerlaag of Gods wil?
Toen ik dit ontdekte heb ik praktische ideeën om het evangelisatieproces te verbeteren op een rij gezet. Ik stond open voor kritiek, daarom sprak ik hier ook over met mensen in de kerk. Toen ik merkte dat dit enigszins op dove oren is gevallen, heb ik een uitgebreide brief geschreven aan van Eijsden. Maar zowel de verbale als de schriftelijke kritiek werd al snel in de doofpot gestopt. Ik mocht van van Eijsden geen filosofische teksten meer schrijven voor kerkleden, terwijl dat wat ik verkondigde volkomen logisch was.
De pastor en verschillende andere kerk- en fellowshipleden illustreerden dat wij niet moeten sugarcoaten als wij praten over het Christendom. Maar dat is niet waar ik van overtuigd ben. Zoals gezegd is een koe een dier en niet ieder dier een koe – een vergelijking die van groot belang is met betrekking tot problemen bij De Deur. Sugarcoaten is iets anders dan iets op een verstandige manier over proberen te brengen. Het draagt een negatieve lading en heeft vaak als negatieve uitwerking dat men datgene wat is voorzien van een suikerig laagje achteraf niet accepteert. Want wat overblijft na de suiker is iets wat een nare bijsmaak geeft.
De Deur benadrukte dat wij te pas en te onpas over ons geloof moeten spreken, want dat staat ook in de Bijbel ( 2 Timoteüs 4:2). Dat is ook wat ik vind, maar op een iets genuanceerdere manier. Wij moeten namelijk niet proberen ons geloof op anderen forceren, zodat zij niets anders meer kennen dan Christenen met een dominantieprobleem. Dat is al snel hoe men evangelisatie opvat. Ik vind dat wij rustig te werk moeten gaan en mensen moeten bieden waar ze op dat moment behoefte aan hebben. Dat is vaak lastig, want de ene persoon is de andere niet. Wat de één nodig heeft, kan de ander juist afstoten.
Voor De Deur is dit iets waarvoor ze hun kop in het zand steken. Alvorens de evangelisatie wordt er gebeden voor een vruchtbare evangelisatie – voor wie er aangesproken moet worden, voor leiding door de Heilige Geest en voor goede gesprekken. Ik denk dat ondanks dat God niet bijzonder blij is met hoe deze kerk evangelisatie aanpakt. Het lijkt erop dat De Deur er letterlijk van uitgaat dat God het wel prima vindt hoe de kerk te werk gaat, terwijl evangelisten vaak een duidelijk onhandige aanpak hebben en mensen zichtbaar irriteren op een bijna zinloze manier. Ik heb zelfs gezien dat pastors van andere De Deur-kerken met wie ik heb geëvangeliseerd eveneens op deze manier te werk gaan.
Kun je het de gemiddelde kerkganger die in zijn vrije tijd hiervoor de straat op gaat kwalijk nemen dat hij of zij zo te werk gaat? Nee, zeker niet. Ze worden verkeerd geleid en denken dat het juist is wat ze doen. Maar de directie van de kerk zou beter moeten weten. Verder zouden leden van De Deur goed doen aan een marketingcursus of een cursus psychologie, zij het als de leerstellingen uit zo’n cursus op een altruïstische manier zouden worden toegepast.
Het bizarre is dat De Deur Ede enkele maanden alvorens mijn vertrek exact zo’n cursus heeft mogen ontvangen in de vorm van een prachtige preek van pastor Wessel Smits, getiteld ‘goddelijke communicator’. Smits was voorheen lid van de kerk in Ede, maar is inmiddels uitgestuurd naar zijn eigen kerk in Haarlem. Helaas hebben leden naar mijn mening weinig gedaan met deze preek. Hierna heb ik nog enkele keren met van Eijsden gesproken, die vond dat er niets hoefde te veranderen aan de evangelisatie. Ik was simpelweg te streng. Helaas stelden verder niemand dit soort problemen aan de kaak. ‘De pastor weet het antwoord wel’ is meestal de heersende overtuiging. Daar ben ik het niet altijd mee eens. Soms heeft zelfs de pastor geen helder beeld van wat wel en wat niet klopt. Want ook de voorganger van een kerk is een mens, en mensen maken fouten. Door de kerkleden te stimuleren om zonder zelf na te denken te vertrouwen op dat wat de pastor denkt, dwing je mensen om los te laten dat ze moeten leren oordelen.
Dat was te merken in de kerk doordat veel mensen tijd voor een gesprek wilden met van Eijsden. Dat is niet zo bijzonder, hij is immers pastor. Maar ik kreeg de indruk dat van Eijsden vaak simpelweg te druk was. Hij had voor zover ik weet een full-time baan terwijl zijn vrouw een traditionelere rol had binnen zijn huishouden. De Deur heeft standaard een erg druk schema. Op zondagochtend is er een dienst met daarvóór nog een bidstond en soms een Bijbelstudie, daarna is er tijd om bij te praten terwijl de pastor doorgaans nog lang in de kerk is.
Ik was van mening dat hij snel wijsheid tekortschoot bij het helpen van individuen. Dat is ook niet zo vreemd, afgaande op hoeveel hij te doen had. Eén goede preek per week maken is al een mooie uitdaging, maar drie (minus een enkele preek die je zo nu en dan door een gastspreker laat maken) is echt knap. Als je daarnaast nog evangeliseert en andere activiteiten organiseert, dan is het logisch dat er slechte keuzes worden gemaakt. Wellicht heeft van Eijsden simpelweg te weinig rust om genoeg tijd voor zelfreflectie te hebben. Maar dat is geen excuus. In sommige periodes hield de kerk ‘s ochtends een bidstond, waar ik van tijd tot tijd bij aanwezig was. Van Eijsden bidt graag hardop. Zeker als je pastor bent is dat positief, want zo leer je anderen efficiënt hoe je kunt bidden en waarvoor.
Hij bidt iedere dag voor mensen, veelvuldig en omwille van verschillende hulpvragen. Hij bidt bijvoorbeeld voor wijsheid en kracht, en als hij hardop bidt noemt hij (vermoedelijk uit privacyoverwegingen) nooit de namen van de mensen in kwestie. Dat is allemaal prijzenswaardig. Het risico is echter dat gebed betekenis verliest als iemand door de bomen het bos niet meer ziet. Hij heeft zelf regelmatig gewaarschuwd voor het ‘standaard Vader-in-de-Hemel-gebed’ dat veel mensen opdreunen bij bijvoorbeeld het avondeten. Ik claim niet dat hij zonder hart bidt, verre van zelfs. Hij is erg begaan met mensen. Maar hij zit met zijn neus bovenop problemen die zo op te lossen zijn met de juiste stappen, terwijl verkeerde ideeën soms erg prominent aanwezig zijn. Dat zou niet moeten gebeuren en duidt voor mij op een naïviteitsprobleem. Naïeve mensen zijn al snel zonder dat ze dit weten werk uit handen van de Duivel aan het nemen.
Zoals eerder benoemd preekt De Deur namelijk over het hebben van een relatie met Jezus. Dat betekent dat ze niet voornamelijk afhankelijk zijn van de Bijbel, maar dat ze gericht vragen kunnen stellen over complexe kwesties en daar antwoord op kunnen krijgen. Er wordt gebeden voor wijsheid, maar ik denk dat dat voor mensen zoals van Eijsden niet toereikend is. Ze runnen immers een kerk. Ik heb zelf ervaren dat het beter is om met gerichte vragen te bidden. De kwesties zijn te complex om dat niet te doen.
Gezien het feit dat De Deur zich bewust is van het kunnen hebben van een relatie met Jezus is het vreemd dat er zoveel problemen zijn met de kerkstructuur. Ik vermoed daarom dat het leiderschap van De Deur een geval Koning Saul is. Saul begreep niet meer wat in het belang van God en mensen is. Daarom werd hij na verloop van tijd afgezet. Het kan niet zo zijn dat dit Gods wil is, met alle terechte kritiek die er is op De Deur.
Hiërarchie en bescherming: noodzaak of juist niet?
Kritiek belandt in de doofpot
Na verloop van tijd ben ik steeds meer mijn twijfels gaan trekken bij de beslissingen die binnen de kerk genomen werden. Zo heb ik herhaaldelijk zowel verbaal als schriftelijk gewaarschuwd over geopolitieke kwesties waar wij in Nederland veel last van kunnen krijgen, en heb ik kritiek geuit op het bestuur van de kerk. Maar dit werd niet gewaardeerd.
Zo heb ik vakkundig uitgelegd dat de conflicten het geopolitieke toneel zodanig in elkaar steken dat ze haast wel uit de hand moeten lopen voordat ze volledig opgelost kunnen worden. Binnenkort zal hier een artikel over online verschijnen met dezelfde strekking. Ik heb beredeneerd dat het aannemelijk is dat bepaalde zaken rondom geopolitiek zich zullen voltrekken, waar vrij zware conclusies tussen zaten. Ik heb bijvoorbeeld geopolitieke conflicten en specifieke omstandigheden hierin gekoppeld aan het Bijbelboek Openbaring, dat voor een belangrijk deel gaat over zulke conflicten. Ik ben tot de conclusie gekomen dat deze conflicten hier deel van uitmaken. Dit was onacceptabel volgens de pastor, omdat ik ‘kerkleden bang aan het maken was’. Het leek erop dat mensen waren vergeten dat door geopolitiek de groothandelprijzen voor gas op het moment van schrijven nog steeds bijna 800% hoger liggen dan de prijzen van vóór de geopolitieke spanningen. Dan neem ik de enorme pieken zelfs buiten beschouwing. Talloze mensen zijn hierdoor in geldproblemen gekomen. Waarom zou je in Godsnaam als pastor willen dat hier bewust niet voor wordt gewaarschuwd in de kerk? Ironisch genoeg komt de Nederlandse overheid nu zelf met haar eigen waarschuwingen voor geopolitieke spanningen, zoals cyberaanvallen en andere vormen van oorlogsvoering. Daarom raadt ze iedere inwoner aan een noodpakket in huis te halen.
Dat is exact wat ik heb aanbevolen, nog vóórdat dit soort meldingen van de overheid groot in het nieuws kwamen. Om precies te zijn heb ik met regelmaat verkondigd dat mensen een week aan drinkwater en houdbaar voedsel in huis moeten hebben, omdat dit in serieuze noodsituaties niet beschikbaar is. Maar ik was een prepper, volgens van Eijsden. Daarom werd mij nadrukkelijk gevraagd om te stoppen met het verkondigen van dit soort zaken, terwijl de Nederlandse overheid hetzelfde verkondigt als ik. Toen ik dat niet deed, ben ik twee weken geschorst omdat ik ‘angst zaaide’. Van Eijsden schreef “We verslaan het duister door het licht te brengen. In plaats van op het duister te letten.” Dat is onzin. Om een licht te zijn voor de wereld moet je eerst weten wat het kwaad inhoudt – daarvoor moet je het in kaart brengen en dus waakzaam zijn voor het kwaad.
Niet veel later kwam de preek van van Eijsden getiteld ‘Eindtijdbemoediging’, waarin hij opriep om waakzaam en moedig te zijn, en om te volharden in geloof. Want dat is wat er in 1 Korinthiërs 16:13 staat, en dat is wat er nodig is als mensen deze moeilijke tijd goed willen doorstaan. Ik mag dus niet zo’n boodschap verkondigen, maar de pastor wel. Als mensen mijn ongezouten mening niet aankunnen, dan vrees ik dat ze nog heel veel kracht tekortkomen om de komende jaren goed te doorstaan. Want we hebben het wel over de Apocalyps, de periode die wordt beschreven als ‘het einde van de wereld’ in Openbaring. Dit zou gepaard gaan met de meest extreme omstandigheden, alhoewel God de situatie nog altijd onder controle zou moeten hebben.
Ik heb nog meer kritiek gehad op organisatorische dingen binnen de kerk. Het was voor mij bijvoorbeeld niet toegestaan op op de voorste rij stoelen te zitten. Dan zat ik met mijn hoofd voor de camera’s, want die hingen te laag aan het plafond. Omdat ik dit te absurd voor woorden vond ben ik een tijdje uit protest bewust op juist die stoelen gaan zitten. Het zouden de meest gewilde stoelen van de hele kerk moeten zijn – vooraan krijg je de dienst nu eenmaal het beste mee. Ik wilde het goede voorbeeld geven, omdat daar niet vaak mensen zaten. Het viel me op dat vooraan zitten voor andere mensen geen probleem leek te zijn, zelfs niet voor mensen die ongeveer even lang waren als ik. Ik heb aangeboden om te helpen deze camera’s te verplaatsen. Ze zaten met een beugeltje aan de plafondplaten van het systeemplafond geschroefd. Om ze te vervangen moesten nieuwe gaten geboord worden en de kabels opnieuw getrokken worden. De Deur heeft ieder jaar een klusdag, en daarnaast was het probleem zo op te lossen. Toch is dit nooit gebeurd, waardoor een stoel of 10 à 15 in de te klein wordende kerk eigenlijk moeilijk leeg gehouden konden worden.
Als je vocaal genoeg bent stuit je dus al snel op de hiërarchische structuur van de kerk die van alles weet te saboteren. Als ik wat minder stabiel was geweest in mijn geloof, dan had ik al snel geconcludeerd dat kerkelijke instituten en misschien zelfs het Christendom zelf echt zo dogmatisch waren als dat ik vroeger dacht. Dan was ik nooit meer bij een kerk gekomen – iets wat ik om mij heen genoeg heb zien gebeuren. Hiërarchie is een principe dat met enige regelmaat terugkeert in preken van de gemeente.
Dit aspect is niet nieuw binnen de kerkelijke wereld. Zo is nota bene de Hemel, die bovendien een utopie is, gebouwd op hiërarchie. Het is immers een koningschap – Jezus is volgens de Bijbel koning van de Hemel, mijns inziens in tandem met Zijn vader. Een koningschap is per definitie een autoritair regime; de machthebber bepaalt wat wel en wat niet acceptabel is. Er bestaat alleen onderscheid in een goede koning en een slechte koning. Bij het lezen van de Bijbel wordt al snel duidelijk dat God de rol van goede koning heeft, en dus bepaald beleid voert om Zijn onderdanen op de juiste weg te helpen en niet om zoveel macht te vergaren dat het ten koste gaat van de rest van het koninkrijk. Dat laatste is wel wat er binnen De Deur gebeurt – zij het op een impliciete en wellicht onbedoelde manier.
Desalniettemin geldt dat problemen binnen kerken al net zo oud zijn als het Christendom zelf. Dat blijkt wel uit bepaalde brieven van Paulus, die niet voor niets in de Bijbel zijn beland. Deze teksten gaan onder andere over serieuze kritiek op deze kerken, omdat ze niet aan de verwachtingen voldeden die Jezus uiteen had gezet. De Deur is daar geen uitzondering van. Maar dit is geen excuus voor inadequaat bestuur van Evangelie Gemeente De Deur. De Deur gebruikt Bijbelse principes op een manier die vaak net niet helemaal klopt, en dat is bijzonder gevaarlijk. Zo vormt De Deur een soort schijnrealiteit binnen de maatschappij, waardoor je tussen de regels door lezen om het kaf van de koren te scheiden bij wat je hoort in de kerk. Wat de kerk mist is, nogmaals, nuancering.
Zo suggereert 1 Korinthiërs 11:3 in de Bijbel dat hiërarchie belangrijk is; de vrouw heeft in een gezin een minder leidinggevende rol dan de man. Dit zijn beide favoriete onderwerpen van De Deur. Er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen, zoals het normaal verdeelde verschil in temperament. Maar dat betekent niet dat de vrouw per definitie als het ware een rudimentair aanhangsel moet zijn in wat voor sociale of professionele context dan ook. Een vrouw zou tot op zekere hoogte moeten kunnen kiezen wat zij voor rol zou willen hebben in haar relatie met haar man, ongeacht van wat voor positie deze man heeft. Als de man een leider is en de vrouw zou voornamelijk op de achtergrond bezig willen zijn met familiezaken, dan moet die ruimte er zijn. Als de vrouw anderzijds vergelijkbare leiderschapskwaliteiten heeft, dan moeten deze niet worden onderdrukt om een sociaal geaccepteerde rol in de samenleving te hebben, zelfs niet ten opzichte van haar man. Ik vind dat iedere man zou moeten kunnen luisteren naar iedere willekeurige vrouw, ongeacht positie en sociale status. Het valt op dat bij De Deur vrijwel nooit een vrouw de preek verzorgt, terwijl dat best wel eens van pas zou kunnen komen. De vrouw van de pastor zit helaas bijna altijd gewoon in de zaal mee te luisteren samen met alle andere kerkleden. De enige echte eis hoort te zijn dat de boodschap van de vrouw hout moet snijden, niet dat een leider een man of een vrouw moet zijn. Als de vrouw van een pastor iets zinnigs te zeggen heeft, dan zou deze vrouw hier best een toespraak over mogen houden.
Ik ben ervan overtuigd dat vrouwen vergelijkbare capaciteiten hebben als mannen en daardoor eveneens geschikt kunnen zijn voor functies die normaal gesproken voornamelijk door mannen bekleed zouden worden. De geschiktheid voor deze functies verschilt per persoon en is onderhevig aan onder meer verschillen in temperament, waardoor dikwijls meer mannen voor bepaalde functies geschikt zijn dan vrouwen. Dat wil niet zeggen dat men vrouwen voor deze rollen moeten afschrijven.
We moeten ook niet vergeten dat letterlijk ieder boek in de Bijbel eeuwenoud is. De samenleving is vandaag de dag gebonden aan andere krachten dan toen. Veel mensen hebben door technologische vooruitgang meer tijd voor andere dingen dan het absoluut noodzakelijke. Zo staan veel mannen niet meer voornamelijk op oorlogsterrein of op een akker, en vrouwen staan niet de hele dag voor de wasmachine en de vaatwasser. Na onze taken is er ruimte voor andere bezigheden, zoals voor zelfontwikkeling. Dat maakt het niet meer dan natuurlijk om vrouwen meer rechten te geven.
Ik denk dat God een standaard heeft voor een goed functionerende maatschappij, en dat die standaard met de tijd moet worden aangepast om genoeg vooruitgang mogelijk te maken in de wereld. Het zal niet voor niets zijn dat vrouwen mogen studeren en kiesrecht hebben – dat waren ongetwijfeld maatregelen die van God kwamen. Satan houdt van mensen tot slaaf maken, God niet. Jezus brak niet voor niets zoveel Joodse etiquette door met een aanzienlijk aantal
vrouwen te spreken. Hij hield mensen centraal, niet regels. De regels waren (en zijn) er om mensen te dienen. Dat is een subtiel verschil en De Deur maakt hier geen onderscheid in.
‘Bescherming-as-a-Service’
Gezien alle negativiteit in dit artikel kun je inmiddels je twijfels hebben bij of de intenties van de pastor wel zo goed waren, net als de intenties van de overkoepelende organisatie. Maar aan dat eerste twijfel ik niet zoveel. Het zou kunnen dat hij hier en daar erg bang wordt van situaties en verkeerde keuzes maakt uit angst om status te verliezen, of op andere manieren vanuit zijn ego. Sommige ervaringsdeskundigen claimen dat hij liegt in bepaalde situaties. Ik kan niet in zijn hoofd kijken, dus het is moeilijk om te bepalen hoe ver hij gaat. Maar hij heeft mij verschillende keren geholpen. Zo ben ik eind november met de trein naar een discipelschapstraining van De Deur in Zwolle gegaan. Overigens is deze bijeenkomst uitsluitend voor mannen, voor vrouwen is er niet iets dergelijks. De dag ervoor had ik nog een conflict met van Eijsden omdat ik mij niet hield aan de regels van de fellowship. Ik had iemand geholpen binnen de kerk. In Zwolle aangekomen vertelde van Eijsden mij dat iemand had afgezegd, waardoor hij plek in de auto over had. Zo hoefde ik niet met de trein terug te reizen.
Toch keurt een goed hart van de voorganger niet goed wat er gebeurd is. Van Eijsden snoerde mij met regelmaat de mond door impliciet of expliciet te concluderen dat hij de baas van de kerk is en in wezen de plicht heeft om mij de mond te snoeren, terwijl ik met praktische manieren kom om de kerk te verbeteren. Hij moest en zou immers ‘de kerk beschermen’, en eigenlijk ook mij. Alhoewel ik zijn houding vanuit zijn perspectief nobel vind, vind ik dit absurd voor de situatie.
Van Eijsden heeft mij verschillende keren benadrukt dat het van belang is om te staan onder de bescherming van een pastor. Dat beschermt je tegen ‘aanval’ van de Duivel, en het kan je helpen in het groeien in je geloof. Want de pastor kan je wijsheid en richting bieden – wat in theorie ook zo is. Zo vindt De Deur dat demonische aanvallen overal zijn. Daar heb ik grote kritiek op. Want nogmaals is een koe een dier en niet ieder dier een koe. Demonen bestaan echt, voor de duidelijkheid. Daar heb ik zelf ervaringen mee; demonen zijn verre van prettig. Maar het zijn niet de wezens die De Deur vaak denkt te kennen. Vaak is dat niet meer dan de onzekerheid van mensen zelf. Als iedere negatieve gedachte van de Duivel zou komen, dan zouden wij net zo afhankelijk zijn van God voor alle goede gedachtes die wij hebben. Dat kan niet, want God heeft ons een vrije wil gegeven.
De Deur gaat uit van een alomvattende definitie van ‘demonisch’, in de zin van dat alles wat slecht is afkomstig is van een malafide, onstoffelijk wezen. Dat komt overeen met de oud-Griekse definitie van demonen, die eveneens alomvattend is. In de Bijbel staan vergelijkbare verwijzingen, maar de Bijbel is naar mijn mening dubbelzinnig over dit onderwerp. Soms is een demon een echt wezen dat als doel heeft om schade aan te richten. Maar soms is het niets meer dan allegorisch, oftewel synoniem voor onze eigen negatieve gedachten die zich manifesteren in ‘demonisch’ ofwel destructief gedrag.
Voor Bijbelse principes zoals de Hel geldt hetzelfde. Dit is ogenschijnlijk niet uitsluitend een allegorie, maar ook een echte plek. Mensen krijgen gelukkig niet zomaar last van demonen, daar hebben ze een goede reden voor nodig. God laat namelijk niet alles toe. Het is mijns inziens ook niet zo dat we voor iedere gedachte en bezigheid bescherming nodig hebben van de voorganger van een kerk. God zou een bedroevend gebrek aan macht hebben als dat waar zou zijn. Ook dit is een groot onderwerp dat eveneens een eigen artikel verdient.
Hoe dan ook zorgt deze ‘bescherming’ er al snel voor dat je niets meer kunt doen wat de pastor niet goedkeurt. Helaas geldt dat ook de pastor niet God is en wel eens verkeerde inschattingen maakt. Dat betekent dat mensen binnen De Deur leven onder een glazen plafond, maar niet iedereen is zich hier bewust van.
De keerzijde van bescherming is dat mensen gaan rusten op deze bescherming en niet meer zelfstandig beslissingen maken. Dan worden ze naïef en zijn ze niet meer in staat om zichzelf te beschermen. Als je iemand niet genoeg zelf laat oordelen, dan zijn ze niet in staat om zich zelfstandig door een wereld te manoeuvreren die complex en vijandig is. Dát is wat er gebeurt als je mensen op grond van een gebrek aan conversatie dwingt om hun mond te houden. Mensen hebben tot op zekere hoogte recht op soevereiniteit.
Wat betekent het immers dat Christenen hulp krijgen van God? Betekent dat dat wij beschermd worden in alles wat wij doen? Nee, integendeel. God wil dat wij in staat zijn om te groeien, daarom krijgen wij uitdaging. Het is niet zo dat God mensen voorkauwt wat voor keuzes ze moeten maken, want God is geen helikopterouder. God laat ons fouten maken en laat ons daarvan leren, zodat wij in staat zijn om op onszelf te staan. Want God wil volgens Leviticus 19:2 dat wij net zo worden als Hij. God is soeverein, en bepaalt dus zelfstandig welke keuzes gemaakt moeten worden. Dat is een eigenschap die ieder mens zou moeten ontwikkelen en waar wij op een verantwoorde manier mee om zouden moeten leren gaan.
Soevereiniteit is echt iets wat ontbreekt bij De Deur. Zo werd ik sterk afgeraden om naast De Deur naar andere kerken te gaan, al was het maar om te kijken en om de verschillen te ervaren. ‘Bij de kudde blijven’ en ‘de kudde beschermen’ noemt de fellowship dat. Uiteraard was het wel toegestaan om naar andere kerken van De Deur zelf te gaan, want die hebben dezelfde visie. Dat voorkomt dat mensen een gezond, genuanceerd perspectief van de maatschappij krijgen. Als je hierbij optelt dat De Deur zijn eigen ideologieën erop nahoudt en deze dus afdwingt, dan valt die visie onder een gevaarlijke vorm van indoctrinatie. Net als de meeste andere grote kenmerken van De Deur wordt dit beleid van bovenaf geïmplementeerd. Iedere pastor is bijna gedwongen om in zee te gaan met dit soort beleid.
Dat glazen plafond wordt vormgegeven met talloze regels. Veel daarvan zijn impliciet en komen niet zomaar bovendrijven. Andere regels zijn wél expliciet. Zo heb ik horen spreken over dat het niet is toegestaan om een televisie te hebben zodra je in de bediening gaat, iets wat Crosby van De Deur Uit ook heeft verklaard. Als je iets wilt betekenen in de kerk, dan moet je daar in veel gevallen voor een contract ondertekenen. Het blijkt dat in dit contract onder meer staat dat je geen televisie mag bezitten. Dit kan ik beamen, op basis van dat wat verscheidene bekenden met De Deur mij hebben verteld. Zij hebben hooguit een paar jaar geleden dit contract gezien.
Nog veel belangrijker is dat De Deur grote druk legt op dat ze hun tienden aan gemeente geven. Tienden behoren niet alleen maar aan één specifieke kerkgemeenschap gedoneerd te worden. Die kunnen aan allerlei soorten goede doelen besteed worden, zolang het maar God dient door altruïsme te tonen. De Deur zou haarzelf dus niet rijk moeten rekenen met iedere 10% van iemands maandsalaris, en dat is soms wel wat er gebeurt. Als de pastor concludeert dat je niet genoeg aan specifiek de kerk geeft, dan word je daarop aangesproken, volgens een anonieme tipgever.
Doorgeslagen postmodernisme bij De Deur
Afgelopen zomer heb ik een uitgebreid essay geschreven genaamd ‘Christus is de opvolger van het postmodernisme’. Ik merk dat de filosofie van het postmodernisme overal ter wereld de maatschappij sloopt omdat mensen een te extreme variant van dit gedachtegoed hanteren. Alhoewel veel Christenen zouden denken dat ze vrij zijn van zulke problemen omdat ze Christen zijn is dat verre van de realiteit. Het postmodernisme ontstaat doordat de wereld wordt overspoeld met allerlei soorten informatie. Daardoor is deze stroming tegenwoordig dermate allesomvattend dat ieder deel van de maatschappij erin is doordrenkt en dat het alles uit context en uit proporties weet te trekken. Het is hierdoor enorm lastig om nog te bepalen wat waar is en wat niet. De open-minded natuur van het postmodenisme, wat overigens een bewonderenswaardige kwaliteit is, zorgt ervoor dat grootschalige verdeeldheid de grote valkuil van de maatschappij wordt. Zeker als je niet weet wat het postmodernisme inhoudt is dit een gevaar. Ik beargumenteerde dat het postmodernisme een gedachtegoed is dat uitstekend past bij het tijdperk van de Apocalypse, en dat de opvolger ervan het gedachtegoed is van Christus. De wereld wordt namelijk gevangen gehouden in een staat van verwarring door deze stroming. De maatschappij is momenteel erin doordrenkt, maar ik denk dat dit met genoeg inspanning op te lossen is.
Van Eijsden had kritiek op dit essay, omdat ik weg had gelaten dat Jezus de verlosser is van alle zonden van de mensheid. Vervolgens trekt van Eijsden dit uit context door te constateren dat er nog iets mist, en negeert vervolgens het feit dat ik het essay heb geschreven. Ook mocht ik het niet doorsturen naar anderen, niet naar pastors en niet naar reguliere kerkleden. Het stuk bestaat uit bijna 2.800 woorden en beschrijft grote problemen waar iedereen mee te maken heeft. Als hij zo wijs is en geschikt is voor de functie van pastor, dan had hij mij geen ontoereikende kritiek moeten geven. Men moet niet de baby met het badwater weggooien. Doorgeslagen postmodernisme is overal ter wereld een prominent probleem, en ik vond het van groot belang om hier bewustzijn voor te creëren. De kerk let hier veel te weinig op, en van Eijsden lijkt in zekere zin hetzelfde te vinden.
Enkele weken later hield van Eijsden namelijk een preek getiteld ‘Infobesitas’. De strekking van die preek en die van mijn essay was exact hetzelfde, namelijk dat een totale overspoeling van informatie ervoor zorgt dat niemand nog begrijpt wat waar is en wat niet. De term postmodernisme heeft hij niet genoemd, net als mijn essay niet, maar dat is exact waar de preek over ging. Eén van je meest fanatieke kerkleden de mond snoeren is één ding, maar hem de mond snoeren op grond van absurde redenen en vervolgens plagiaat plegen omtrent precies hetzelfde onderwerp is iets van een andere orde van grootte.
Vergelijkbare tactieken hoor ik van andere ervaringsdeskundigen. Zo kaarten mensen zeer persoonlijke dingen aan binnen De Deur, die ze op subtiele en vaak bekritiserende wijze terughoren in de preek, vaak kort nadat ze erover hebben gesproken. Ook hier geldt weer dat een koe een dier en niet ieder dier een koe is. Want tot op zekere hoogte hoort dit; een persoonlijke preek kan erg nuttig zijn, en mensen moeten nuttige informatie krijgen om te kunnen groeien. Maar de manier waarop komt vaak over als bespotting. In bepaalde gevallen hebben deze individuen helemaal geen gesprek gehad met de voorganger die de preek heeft geschreven, en in het ergste geval is er angst voor spionage door kerkleden. Soms komen gesprekken dus via een ander zonder dat dit de bedoeling is bij de pastor terecht, die hier vervolgens snerende opmerkingen over in zijn preek stopt. Als je ervan overtuigd probeert te zijn dat je pastor het beste met je voorheeft, dan is dit voor sommigen moeilijk te slikken.
Deze indirecte communicatie is ook iets waar ikzelf mee van langs kreeg, maar op een andere manier. Ik bad namelijk voor mensen die daar toestemming voor gaven. Het was niet lang voor mijn vertrek zo dat enkele mooie, jonge vrouwen de kerk in kwamen. Ik nam zoals ik dat wel vaker doe de moeite om een gesprek met ze aan te knopen. Dat is namelijk wat je hóórt te doen binnen een kerk. Als nieuwkomers geen goede gesprekken hebben met mensen en niet de indruk krijgen dat de kerk een sociale plek is waar ze iets aan hebben, dan vergroot dat de kans aanzienlijk dat ze nooit meer terugkomen en misschien wel nooit meer de kerk binnenkomen. In de gesprekken merkte ik dat ze tegen bepaalde dingen aanliepen, en ik had redelijk in de gaten hoe ze daar vanaf zouden kunnen komen. Daarom heb ik met toestemming voor ze gebeden en hebben we telefoonnummers uitgewisseld. Maar van Eijsden was van mening dat ik ze aan het versieren was, hoorde ik achteraf. Hij had met behulp van informatie van een ander lid van de kerk deze conclusie getrokken. Hij had ofwel argwaan, of hij werd totaal verkeerd ingelicht. In ieder geval scheerde hij over één kam en vond hij het al een probleem dat ik überhaupt met deze individuen heb gepraat. Het was puur toeval dat ik deze dames heb aangesproken; ik bid voor mensen die daar behoefte aan hebben, ongeacht geslacht en leeftijd. Rond die tijd ontmoette ik een jongen in de sportschool die een bijzonder lastig leven had. Ik koos er door de conflicten bij De Deur meteen voor om hem mee te nemen naar een andere kerk, zodat hij daar op een gepaste manier geholpen kon worden.
De redenen voor precies dit soort aantijgingen verschilden per gesprek met van Eijsden. Eerst vond hij dat het gevaarlijk was om met nieuwe mensen in de kerk te praten, dat zou je namelijk door de pastor en eventueel de (officieel) bedienende mensen moeten laten doen. Bij het volgende gesprek vond hij dat ik aan het flirten was en zonder toestemming van zowel deze vrouwen als hemzelf te werk ging. Vrouwen moeten volgens hem – daar gaan we weer – uitsluitend met vrouwen praten, want dat is vertrouwder voor hen, zeker als ze niet bekend zijn met de kerkgemeenschap. Dat is geen ideologie die ik steun, want het houdt mensen opnieuw klein. Mensen moeten met anderen kunnen praten als dat op wat voor manier dan ook nuttig is, ongeacht geslacht en leeftijd en dergelijke. Je hoort alleen niet elkaar te schaden.
Het impliciete spraakverbod creëert een flessenhalseffect voor de kerk. Iedereen die in de kerk komt behoort met een ander te kunnen praten. Met wie zou niets uit moeten maken, zolang de gesprekken maar dienstdoen om mensen beter te maken. Als iemand niet achter bepaalde ideeën staat, dan zou daar in veel gevallen de ruimte moeten zijn. Doen we dat niet, dan verliezen wij een deel van onze vrijheid. Helaas is ‘vrijheid van meningsuiting’ een soort ultrarechts gonswoord geworden dat ik niet zonder reden graag in de mond neem. Maar een gezonde maatschappij zou bepaalde dingen toe moeten laten. Vrijuit kunnen spreken is één van de belangrijkste rechten die de mens heeft.
Het flessenhalseffect zorgt ervoor dat de mensen die extra aandacht nodig hebben dit niet kunnen krijgen. Van Eijsden en de bedienende leden moeten immers iederéén helpen die daarom vraagt. De Deur noemt dit soort hulp nazorg. Ik heb al met verschillende mensen die bekend zijn met De Deur ontmoet die vinden dat de nazorg buitengewoon schraal is. In veel gevallen zijn zij gedesillusioneerd de kerk uitgegaan, en ik heb horen spreken van dat mensen door de omgang binnen de kerk niet meer in God geloven. “Want als God het toelaat dat dit gebeurt binnen de kerk, hoe kan het dan zijn dat God goed is?” is iets wat ik van verschillende mensen heb gehoord.
Ik heb al verschillende keren vernomen dat zelfs als mensen extra zorg krijgen ze niet adequaat geholpen worden. Er is dan vaak een gebrek aan wijsheid bij het oplossen van problemen. Vaak blijft het bij bidden, terwijl er prima praktische stappen gezet kunnen worden om problemen op te lossen. Ook hier geldt weer dat een koe een dier is maar niet ieder dier een koe is. Ik heb genoeg ervaring met professionele zeurpieten om te concluderen dat sommige mensen simpelweg niet te helpen zijn. Dat weet De Deur ook en dat gebruiken ze bewust of onbewust als een excuus om mensen niet de juiste en soms niet genoeg hulp te bieden. De mensen van wie ik dit heb vernomen hebben gevraagd buiten beschouwing te blijven – een fenomeen dat ook regelmatig voorkomt.
Moderne Farizeeërs
De Deur kan door het heersende paradigma van het postmodernisme een leegte opvullen voor mensen, door ze zo’n soort kader te bieden. Maar dat geldt voor elke sekte. Het genootschap doet me hier en daar erg denken aan de Farizeeërs, een groep schriftgeleerden die erop toe moesten zien dat de wetten van de Thora na werden geleefd. Ze pakten dit zo uitzonderlijk rechttoe-rechtaan aan dat ze gedwongen waren om extreem ingekaderd te leven en te denken. Doordat dit een groot verschil in ‘reinheid’ veroorzaakte tussen hen en de rest van de bevolking, noemden zij zichzelf de Farizeeërs. Dit stamt af van het Oud-Griekse woord Pharisaios, wat ‘apartgezet’ betekent.
Maar hun hoge standaard maakte het onmogelijk voor normale mensen (die eeuwen geleden bijvoorbeeld regelmatig geen keus hadden dan om met vieze handen rond te lopen) om op een schappelijke manier door het leven te gaan. Als de intentie er was om te schaden, dan was dat regelrecht Satanisch van de Farizeeërs. Als die intentie er niet was, dan duidt het op dat ze weinig begrepen van en weinig vertrouwen hadden op God. De Deur is net zo. Overduidelijk Satanisch is De Deur gelukkig niet te noemen, er is eerder sprake van naïviteit in zeer schadelijke proporties. De gevolgen zijn subtiel en ze komen niet zomaar boven water, maar groot zijn deze regelmatig.
In feite geldt het probleem van de Farizeeërs door het postmodernisme meer dan ooit binnen de kerkelijke wereld. Er staat dermate veel in de Bijbel dat ieder probleem wel van meerdere kanten kan worden belicht. Daardoor kan de Bijbel dienen als een gereedschap om de eigen, verkapte visie van de kerk te versterken, in plaats van dat de Bijbel één van de gereedschappen is om een gezonde visie van de kerk te vormen. In zekere zin plaatst het bestuur van de kerk zich zo boven de wil van God. Niemand gaat zomaar tegen het bestuur van de kerk in – dat is immers Bijbels ongegrond, volgens de argumentatie van De Deur. De Farizeeërs zaten ongeveer in hetzelfde schuitje als De Deur; ze namen de wetten van God waar en pasten deze toe op het dagelijks leven, maar ze gingen hier zó ver in dat Jezus hen volgens Mattheüs 12:1-14 beschuldigde van absurde praktijken. De Farizeeërs probeerden Jezus zelfs te doden. Het mag overduidelijk zijn dat ze niet rechtvaardig waren in hun standpunten en Jezus wel, ondanks dat de Farizeeërs een leidinggevende functie hadden binnen het Joodse geloof en terwijl Jezus hetzelfde geloof had als zij. In Mattheüs 15 staat iets soortgelijks.
Jezus hielp namelijk mensen op de sabbath, de rustdag van de Joden. Dat hadden de Farizeeërs verboden omdat zij dat zagen als werk. Jezus voldeed namelijk aan de functievoorwaarden voor geneesheer. Klinisch psycholoog en schrijver Jordan Peterson legt samen met enkele theologen uit dat je je volgens die insteek volledig kunt houden aan religieuze geschriften en je je tegelijkertijd verachtelijk kunt gedragen voor God.
Het is bedroevend dat De Deur zo zwaar berust op kleingeestige regels. De Deur preekt met enige regelmaat over deze groepering, uiteraard in negatieve context, maar vervolgens hanteert ze vergelijkbare ideeën. Als wij ons hiertegen willen wapenen, dan moeten wij beredeneren wat zondig is en wat niet, aan de hand van een combinatie van de Bijbel bestuderen en – ironisch genoeg – beredeneren met postulaten. Dat is voor de meeste mensen niet zomaar aan te raden, alhoewel iedereen dit zou moeten kunnen. Dat is namelijk wat een mens wijs maakt. In ieder geval is het stukken gemakkelijker om simpelweg het advies van je pastor te omarmen, maar dan loop je tegen niet goed toegepaste ideeën van De Deur aan.
Is De Deur wel of geen sekte?
Met alle kritiek die ik heb op Evangelie Gemeente De Deur kun je je afvragen wat ik zo lang bij deze kerk te zoeken had. Ik wilde op de eerste plaats zo goed mogelijk weten wat er aan de hand was bij deze kerk. Eerlijk gezegd had ik daarnaast in het begin amper door wat de schaduwzijde van deze kerk was. Dat kwam omdat ik ten eerste weinig ervaring had met kerken, en ten tweede omdat de verkeerde aspecten moeilijk te onderscheiden waren van ‘normaal Christendom’. Al met al zou ik De Deur beschrijven als een onopzettelijke, lichte vorm van een sekte die de Christelijke God dient. De stichting De Deur Uit heeft dus gelijk, alhoewel het een complex probleem met veel facetten is.
Inmiddels is duidelijk dat de kerk lijdt aan een doorgeschoten vorm van het postmodernisme waar iedereen binnen de kerk onder lijdt. De kerk streeft namelijk naar goede waarden, maar de opvattingen kloppen niet altijd en verliezen dikwijls het doel van het Christendom uit het oog. Als een lid zich hier niet bewust van is, dan valt deze voor foutieve informatie. Als hij of zij dit wel weet, dan wordt de gang van zaken bij De Deur vaak een enorme bron van frustratie als de wens er is om iets te betekenen voor mensen. Het paradigma vormt in feite een glazen plafond, dat is stand kan worden gehouden omdat het bestuur naïef is. De organisatie onderbouwt dit foutieve paradigma en daarmee het plafond met behulp van de Bijbel, daarom is het al snel onrechtvaardig in de ogen van De Deur om hier tegenin te gaan. Ook is het verkapte gebruik van de Bijbel moeilijk te herkennen.
De Deur behoort God en dus de mensheid te dienen met de juiste houding en acties. Sommige regels zijn er echter omwille van de regels, in plaats van dat de regels het doel dienen. De Deur neigt zichzelf zo boven de wil van God te plaatsen door de regels te eren, en niet het doel. Dat dwingende beleid heeft vaak verstrekkende gevolgen voor de levens van mensen. Helaas is mijn verhaal nog maar mild, afgaande op de verhalen die ik van anderen heb gehoord. Sommigen spreken over serieuze psychische manipulatie, financieel misbruik en in enkele gevallen over seksueel misbruik.
In zekere zin hoort er sturing te zijn in een kerk. Mensen komen vaak de kerk binnen met problemen en hebben sturing nodig om te kunnen groeien als persoon. Zowel God als het kerkbestuur kan daar aanzienlijk in bijdragen. Zelf heb ik met eigen ogen gezien hoe mensen op een positieve manier radicaal getransformeerd werden binnen De Deur omdat ze geloofden in wat God voor hun kan betekenen. Ze vallen misschien voor verkeerde ideeën binnen De Deur, maar ik heb er vele liefdevolle mensen ontmoet die echt streven naar goed zijn.
Veel mensen binnen deze kerk kunnen Gods aanwezigheid wel beamen. Hun persoonlijke ontwikkeling ontstaat niet alleen vanuit hun eigen psyche. Daar zijn de gesprekken tussen kerkleden veelal te oppervlakkig voor, net als dat de wijsheid van pastors en leden regelmatig tekortschiet. Er is echt een bovennatuurlijke, barmhartige entiteit in aan het werk. De meeste van de talloze mensen met wie ik serieuze gesprekken heb gevoerd bij De Deur zijn lyrisch over God, en dat is niet zonder reden. Hij kan mensen helpen via De Deur, dat kan zelfs in een kerk die feitelijk zichzelf remt. Conflicten met De Deur zouden in de regel dus geen schade aan je geloof aan moeten richten. Het is dus geenszins nuttig om het Christendom los te laten vanwege conflicten met De Deur. Maar dat maakt Evangelie Gemeente De Deur als instituut niet minder gevaarlijk. Schadelijk is en blijft schadelijk, en daar moet men voor waken. Of hier iets aan gaat gebeuren is helemaal aan het bestuur van De Deur.
